Met dat bloedhete weer krijg je dat: gigantische onweersbuien.
Vannacht was het weer zover.
Onweer en bliksem.
Geen tijd om tot drie te tellen of de bliksem was al weer dichtbij ergens in geslagen.
Bloedlink.
Toch lag ik gewoon in bed, en wachtte. En ik dacht aan vroeger.
Mem was als de dood voor onweer, ondanks de bliksemafleiders op het dak van de boerderij.
Met onweer werden we 's nachts gewekt, en maakten we opwachting in de huiskamer.
Daar stonden we dan, mijn vier broers en ik, allemaal in het gelid.
De broers elk in een gestreepte pyama.
Mem was gekleed en wel, en zat op de stoel.
Klaar om op te stappen.
Op tafel stond een tas.
De Tas.
Met daarin de diploma's en de getuigschriften van mijn vader.
Alle bankboekjes en spaarpotten.
En een jeneverfles met ranja.
Na een fatale inslag zouden we altijd te drinken hebben.
Er werd goed voor ons gezorgd.
Heit kwam voor bliksem niet het bed uit, maar was wel wakker.
De slaapkamerdeur stond daarbij open, zodat er zachtjes gepraat en overlegd werd.
Mem werd gemaand tot rust.
Ja, moest je haar vertellen.
't was in pure paniek wachten tot het voorbij was.
Wij met haar, dat ging vanzelf.
Daarna kregen we nog een kopje ranja, en mochten we weer naar bed.
Daar dacht ik aan in mijn eigen noodweer, 40 jaar later.
Waarom ik niets deed, niets aandeed.
Ik lag maar in mijn blootje in mijn bed te liggen, stel je voor dat ik na de fatale knal met gezwinde spoed het huis uit zou moeten vluchten.
En waar waren mijn tas, papieren, credit cards, mobieltjes, laptop met foto's....
Geen beginnen aan.
Jongste zoon kwam paniekerig bij me kijken toen na weer een knal de elektra eruit vloog.
Dat komt wel weer goed, zei ik quasi nuchter.
En: " 't onweer drijft wel weer voorbij."
Grootspraak, maar wat wil je.
Ik had uiteindelijk gelijk.
We hadden mazzel.
Een kilometer verderop is een boerderij tot op de grond afgefikt.
|